donderdag 5 januari 2012

'Blijf ook laagopgeleiden opleiden en ontwikkelen’ - artikel P&O actueel 30-12-11

Ook lageropgeleiden moeten tijdens hun loopbaan mogelijkheden voor opleiding en ontwikkeling krijgen.

Nu doen lageropgeleiden minder aan scholing en ontwikkeling, en krijgen ze minder POP- en functioneringsgesprekken dan hogeropgeleiden. Dat blijkt uit een advies van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI).

Ongeveer een kwart van de Nederlandse beroepsbevolking is laagopgeleid. Zo’n 1,6 miljoen werkenden hebben geen startkwalificatie. Lageropgeleiden zijn vaker werkloos en hebben een grote kans om werkloos te blijven. Voor hen is het dus belangrijk zich te blijven ontwikkelen en scholen.

Belang voor werkgevers

Maar dat belang geldt ook voor werkgevers, zegt RWI-beleidsadviseur Mechelien van der Aalst. ‘Over het algemeen is de ontwikkeling van vaktechnische vaardigheden wel op orde. Als er een nieuwe machine wordt geïntroduceerd, is er vaak ook wel een cursus of instructie. Maar werkgevers geven aan dat ze ook andere vaardigheden missen. Vaak zijn dat sociale vaardigheden, zoals: hoe werk je samen en hoe ga je om met instructies? Dat soort vaardigheden zouden ook ontwikkeld moeten worden.’
Daarbij komen ook nog de vaardigheden die inspelen op veranderend werk: ‘Neem de schoonmaaksector. Tegenwoordig worden kantoren steeds vaker overdag schoongemaakt in plaats van ’s avonds. Dat vraagt weer om andere vaardigheden, vaak moet je dan socialer bezig zijn. Het gaat om de vraag of je mensen kunnen meeveranderen met het werk.’

Gevoelde noodzaak

Toch zien werkgevers nog niet altijd de noodzaak: ‘Werkgevers vinden het normaal om middelbaar en hogeropgeleiden te scholen, voor lageropgeleiden nog niet. Daar is dus een achterstand. Het gaat zeker niet alleen om geld, managers redeneren dat de organisatie toch wel doordraait, ook zonder opleidingen. Maar gerichte scholing en ontwikkeling van lager opgeleiden kan ten goede aan de productiviteit, efficiency, kwaliteit en betrokkenheid en dus bedrijfsresultaat.’

Informeel leren

Volgens Van der Aalst is het belangrijk om gerichte en blijvende aandacht te hebben voor deze groep, ook door middel van POP- en functioneringsgesprekken. ‘Je kunt informeel leren duidelijker op de agenda zetten door bij indiensttreding duidelijke afspraken te maken over een ontwikkelpad. “Van deze set competenties verwachten we dat je ze over een half jaar beheerst.” Na een onvoldoende evaluatie kun je dan verdere afspraken maken over het vervolgpad.’

Betrek leidinggevenden.

Ook (direct) leidinggevenden kunnen meer betrokken worden. Zij kunnen werknemers stimuleren en tijdens hun scholingstraject begeleiden. Dat kan in formele gesprekken maar vooral ook tijdens informele contacten op de werkvloer. Het kan zinvol zijn leidinggevenden hierin te scholen, zij hebben hiervoor de competenties immers niet automatisch in huis. Het is ook belangrijk te checken of er onder leidinggevenden draagvlak bestaat voor het scholen van hun medewerkers; soms zien ook zij het nut er niet van in of willen ze hun werknemers niet missen in de productie.

Concrete scholings- en ontwikkelmogelijkheden

Veel lageropgeleiden nemen zelf geen initiatieven, maar zijn wel goed tot scholing te bewegen als het ze wordt aangeboden. Bedrijven die willen investeren in de ontwikkeling van lager opgeleiden doen er dus goed aan in ieder geval een aantal concrete programma’s te ontwikkelen en deze actief aan te bieden aan hun werknemers. Uiteraard gaat het daarbij om programma’s die bijdragen aan de voor bedrijf en werknemer gewenste ontwikkeling. Vaak is zelf ontwikkelen niet eens nodig, vanuit sectoren wordt het nodige aan scholing aangeboden. Een eerste groep gemotiveerde deelnemers kan meer afwachtende collega’s over de streep trekken.